55-plusser kan vol aan de bak

Het klinkt als een tovermiddel, een vanzelfsprekend succes, wanneer de politici in Den Haag zonder blikken of blozen uitspreken dat zij voor werkgelegenheid zullen zorgen. Zonder enige terughoudendheid hoor ik hen bijvoorbeeld zeggen: “Wij gaan ervoor zorgen dat de 55 plusser weer aan het werk komen”. Tegelijkertijd weten we met z’n allen dat de praktijk een veel schrijnender situatie voor veel werklozen bewijst. En die “gifbeker” is nog lang niet leeg. Wat te denken van de situatie van de arbeidsongeschikte 55-plusser?

WIA versus arbeidsmarkt

Dagelijks is te constateren dat het recht op een arbeidsongeschiktheidsuitkering slechts nog voor enkelen is weggelegd. Iedereen met gezondheidsproblemen moet weer aan het werk. Het nieuwe kabinet zegt zonder aarzeling dat dit ook kan; en als dat niet zo is dan zorgt zij dat het wel kan. In mijn praktijk kom ik de trieste voorbeelden tegen, waar noch Rutte noch Samson bij stil lijken te staan.

Praktijkvoorbeeld

Een 55-plusser is al ruim 10 jaar behoorlijk aan het sukkelen met zijn gezondheid. Zijn hele leven heeft hij hard gewerkt. Fysiek en mentaal wist hij nooit van ophouden. Totdat bleek dat zijn lijf het wel genoeg vond en niet langer aan al dat geploeter wilde meewerken. Gedurende korte tijd ontving hij een volledige arbeidsongeschiktheidsuitkering, omdat hij in het ziekenhuis was opgenomen. Daarna werd zijn uitkering teruggezet naar maximaal 35%. Volgens de keuringssystemen en de wet kan deze man weer aan het werk. “Einde discussie!”, volgens de keuringsdeskundigen. De behandelend artsen zijn echter van mening dat deze man niet langer in staat is enige arbeid te verrichten.

Ik kan over dit voorbeeld niet verder uitweiden, omdat deze kwestie is voorgelegd aan de Centrale Raad voor Beroep. De eisen en criteria voor een arbeidsongeschiktheidsuitkering worden steeds strenger gemaakt zonder stil te staan bij de sociale en financiële gevolgen voor individuen, complete groepen in de samenleving, maar ook voor onze samenleving als geheel.

Met je hoofd onder je arm

Gekscherend heb ik wel eens uitgesproken dat, wanneer je met je hoofd onder de arm bij haar aanklopt aan klopt, UWV toch zal zeggen dat je kunt werken omdat je nog armen een benen hebt. Het is een wrange uitspraak, maar in de praktijk begint het daarop wel steeds meer te lijken. Mijn cliënt uit het praktijkvoorbeeld is arbeidsgeschikt zolang hij nog zichzelf kan verzorgen. “Dat er geen werk voor hem is, dat is domme pech”, luidt de conclusie.

Een reactie plaatsen