Ook UWV heeft verplichtingen

In mijn praktijk als adviseur en raadsman in sociale zekerheid hoor ik veel werkgevers klagen over het feit, dat zij door UWV strak gehouden worden aan het nakomen van hun verplichtingen en UWV zelf maar kan doen en laten wat haar goed dunkt. Het is een irritatie die bij veel werkgevers leeft. Maar kan UWV wel zomaar haar gang gaan?

Inderdaad heeft iedere werkgever de plicht alles wat met sociale verzekeringen te maken heeft goed en tijdig uit te voeren. Op de eerste werkdag de nieuwe medewerker meteen aanmelden, premie betalen, ziek melden, enzovoort. Het niet nakomen van dit soort verplichtingen levert de werkgever al snel een boete op. Toch geldt voor UWV dat zij ook gehouden is haar werk goed en tijdig uit te voeren, ook al hebben veel werkgevers de idee dat dit niet zo is. Het volgende praktijkvoorbeeld van een zaak die ik namens een werkgever in een beroepsprocedure aan de bestuursrechter heb voorgelegd, mag deze stelling bevestigen.

De werkgever wilde per 1 juli 2004 uit het publieke bestel stappen. Hij wilde zich niet langer via UWV verzekeren voor de kosten van arbeidsongeschiktheid (WAO/WIA), maar dat via een particuliere verzekeraar regelen als eigen risicodrager. Vooraf heeft hij meerdere malen met UWV contact opgenomen om te controleren of er geen ex-werknemers van hem een WAO-uitkering ontvingen. Deze vraag was relevant, omdat er een werkneemster na een bepaalde tijd contract ziek uit dienst was gegaan en het mogelijk zou kunnen zijn dat zij in de WAO terecht was gekomen. Dat zou het eigen risicodragerschap aanmerkelijk duurder maken dan in het publieke bestel verzekerd blijven. In de contacten met UWV heeft de werkgever haar naam en sofinummer ook expliciet genoemd. Steeds weer kreeg de werkgever te horen dat er geen ex-werknemers van hem een WAO-uitkering ontvingen. Ook op de opgevraagde Pemba-specificaties stonden geen ex-werknemers met een WAO-uitkering gemeld. Daarop vond de werkgever het financieel verantwoord uit het publieke bestel te stappen.

Twee jaar later ontving deze werkgever een beschikking van UWV waarin zij een bedrag van bijna € 31.000 terugvorderde wegens uitbetaalde WAO-uitkeringen aan de ex-werkneemster waarnaar de werkgever juist vooraf had geïnformeerd bij UWV.

In de bezwaarprocedure stelde UWV zich op het standpunt dat zij dwingendrechtelijk de taak heeft deze vordering op te leggen en te incasseren.

De term dwingendrechtelijk betekent juridisch bezien dat tegen ieder besluit dat dwingendrechtelijk is genomen geen bezwaar en beroep kan worden aangetekend. Echter, de Centrale Raad van Beroep, de hoogste rechter in dit soort zaken, heeft in een eerdere uitspraak gesteld dat er omstandigheden kunnen bestaan waardoor de dwingendrechtelijkheid geen toepassing kan vinden. Met andere woorden, er kunnen zich situaties voordoen waarin bezwaar en beroep toch mogelijk is, ook al gaat het om dwingendrechtelijk genomen besluiten.

In deze kwestie van de werkgever die uit het publieke bestel was gestapt, vond ik die omstandigheden absoluut aangewezen. De term dwingendrechtelijk betekent dat de betreffende bepaling of een bepaald artikel uit de wetgeving voor iedereen geldt en door iedereen moet worden nagekomen. Maar hoe kan iemand zo´n bepaling of artikel nakomen als hij niet de gevraagde en juiste informatie krijgt? En is het dan wel redelijk om vervolgens achteraf alsnog, dwingendrechtelijk, een navordering op te leggen? Ik vond en vind nog steeds van niet.

Aan de bestuursrechter heb ik in de beroepsprocedure voorgelegd, dat deze werkgever er werkelijk alles aan heeft gedaan om alle informatie in te winnen vóórdat hij het besluit nam uit het publieke bestel te stappen. Dat eigen onderzoek door de werkgever is een dwingendrechtelijke bepaling. Echter, een van de stappen in dat eigen onderzoek is ook het benaderen van UWV en bij haar informatie inwinnen over bij haar geregistreerde (ex)werknemers met een eventuel WAO/WIA uitkering. Aan deze dwingendrechtelijke bepalingen had de werkgever in deze kwestie volledig voldaan.

In mijn argumentatie aan de bestuursrechter heb ik ingebracht, dat niet alleen deze werkgever verplichtingen heeft jegens UWV, maar andersom UWV ook naar hem. UWV behoort, net als een particuliere verzekeraar, een deugdelijke administratie bij te houden van alle WAO/WIA-verzekeringen; ook dit is in mijn visie een dwingendrechtelijke bepaling. Uit die administratie moet zij direct alle actuele informatie kunnen verstrekken; zeker als het om dit soort zaken gaat met mogelijk ver strekkende gevolgen. Ook heb ik gesteld dat iedere werkgever erop moet kunnen vertrouwen dat hij van UWV de juiste informatie krijgt waarop hij vervolgens goed onderbouwd zwaarwegende beslissingen als in deze kwestie neemt.

De bestuursrechter heeft uitgesproken dat mijn cliënt inderdaad het vertrouwen mocht hebben dat er geen ex-werknemers, dus ook niet de bedoelde ex-werkneemster, waren met een WAO-uitkering. Verder overwoog de bestuursrechter dat UWV onvoldoende had stilgestaan bij de vraag in hoeverre de strikte toepassing van de dwingendrechtelijkheid (het verhaal halen bij de werkgever), in relatie tot de omstandigheden, in strijd te achten is met het vertrouwensbeginsel en in hoeverre op grond daarvan de toepassing van die dwingendrechtelijkheid geen rechtsplicht meer kan zijn.

Deze overweging leidde tot de uitspraak dat de rechter het ingestelde beroep gegrond verklaarde en UWV oplegde een nieuw besluit te nemen.

Inmiddels heeft UWV een nieuw besluit genomen, is ook niet in hoger beroep gegaan, en is het verhaalsbesluit en de ingestelde vordering van bijna € 31.000 geheel van de baan.

Dit praktijkvoorbeeld maakt eens te meer duidelijk dat ook het UWV haar verplichtingen kent. Het maakt ook duidelijk dat iedere werkgever die zijn zaakjes goed voor elkaar heeft, zeker kans van slagen heeft wanneer hij zich door middel van bezwaar en beroep verzet tegen besluiten door UWV.

Dit voorbeeld uit mijn praktijk is zeker geen incident. In deze kwestie had de werkgever inderdaad alles goed gedaan en op tijd deskundige hulp ingeroepen.

1 gedachte over “Ook UWV heeft verplichtingen

  1. Centrale Raad van Beroep
    Tav de President
    Postbus 16002

    3500 DA Utrecht

    UWV Hoofdkantoor
    TAV Van juridische afdeling WAO
    Postbus 58285 1040 HG AMSTERDAM

    Centrale Raad van beroep
    Tav de President
    Postbus 16002
    3500 DA Utrecht

    CRVB 08/2045 WAO R01693
    Schoonebeek, 6 mei 2010

    Met stomheid was ik geslagen nadat ik uw uitspraak LJN BM2059 dd 28 april 2010 las.

    Juist alle door de door uw raad genoemde argumenten om het UWV in het ongelijk stellen
    heb ik de loop van mijn procedure gebruikt. Dit resulteerde in de uitspraak 08/2045.
    De argumentatie van de BM2059 had ook als besluit naar buiten dienen te komen in onderhavige zaak.

    Uit de uitspraak van 08 april jl BM2059 mag blijken dat ook uw CRVB een onverbindende
    uitspraak heeft gedaan net als de primaire beschikking UWV alsmede de argumentatie van
    het UWV in beslissing op bezwaar. In die uitspraak 08/2045 erkent uw raad dat een
    eenmalige betaling van 2500 gulden netto, bruto 3648.74 is betaald en dat ik veelal meer dan
    8 uur per dag werkzaam was. Dit bedrag was een substantieel deel van mijn inkomen en
    werd, ongemotiveerd, door het UWV genegeerd. Ook uw raad meent in strijd te mogen
    handelen met art 18 WAO.

    Ik moet nu dus concluderen dat door het UWV in de beslissing genoemde
    “inkomens gegevens door werkgever” en het niet willen terugkomen op een in rechte vast
    staande beschikking WEL had terug kunnen komen. Uw raad is dus in de uitspraak 08/2045
    tekort geschoten, door ook niet uit te gaan van het daadwerkelijke, feitelijke genoten
    inkomen.

    Een gerechte dwaling dus en derhalve kan die uitspraak mi geen stand houden.

    Ik kom wellicht wel warrig over, maar heb al genoeg ellende met UWV gehad en de uitspraak
    BM2059 bevestigd mijn stelling dat de 08/2045 rechtsongelijkheid creëerde.
    Ik verzoek u en uw raad een rectificatie van de uitspraak 08/2045.

    En kopie van deze brief gaat naar het UWV,
    En verzoek daarin mijn bezwaarschrift van destijds te herzien en te handelen volgens het
    gestelde in uitspraak BM2059. Bij deze dus verzoek aan UWV

    Groet Loe Notten BSN 080165837 UWV intern 6091212154
    Westerbeek 1
    7761GB Schoonebeek
    0524851211

Een reactie plaatsen